In de Belgische politiek worden veel specifieke termen gebruikt. Hier vind je de belangrijkste terug. Woorden die in het groen aangeduid zijn op andere pagina's van deze website, verwijzen naar deze lijst.
| A | |
| Alarmbelprocedure | Procedure waardoor een taalminderheid kan voorkomen dat een wet de betrekkingen tussen de gemeenschappen in het gedrang brengt |
| Anarchie | Geen geordend bestuur (de wet van de sterkste geldt) |
| B | |
| Begroting | Schatting van de verwachte uitgaven en inkomsten van de staat |
| Belgicist | Voorstander van een sterk gecentraliseerde Belgische staatsstructuur |
| BHV | De kieskring Brussel Halle Vilvoorde |
| C | |
| Coalitie | Verbond van twee of meer partijen |
| Communautair | Alles wat te maken heeft met de verhoudingen/problemen tussen de Belgische Gemeenschappen en Gewesten |
| Confederatie | Enkel wat alle deelstaten (of staten) samen willen doen, is gezamenlijk; er is bijna geen centraat gezag |
| Conservatisme | De traditie staat voorop en moet beschermd worden, tegen verandering... |
| Corridor | Strook land tussen twee territoria, het gaat hier meestel over Sint-Genesius-Rode, dat Brussel met Wallonië verbindt (maar nu hoort het bij Vlaanderen) |
| D | |
| Decreet | Wet gestemd door een Belgische gewest of gemeenschap |
| Democratie | 1. Het volk regeert (rechtstreekse democratie) 2. Het volk kiest zelf wie hen vertegenwoordigt (onrechtstreekse democratie) |
| E | |
| F | |
| Federatie | Zelfstandige deelstaten (of staten) die nauw samenwerken; er is nog een sterk centraal gezag |
| Flamingant | Actief aanhanger van de Vlaamse beweging |
| Formateur | Samensteller van een regering |
| Fractie | Groep volksvertegenwoordigers van dezelfde politieke partij |
| G | |
| Grondwet | Wet waarin de grondbeginselen van de regering van een (deel)staat staan; meest fundamentele wet |
| H | |
| I | |
| Informateur | Politicus die onderzoekt of een kabinetsformateur een kans van slagen zou hebben |
| Inter-institutionele dialoog | Overleg tussen alle mogelijke bestuursniveaus |
| J | |
| Jamaica-coalitie | Coalitie van christendemocraten, liberalen en groenen; in Duitsland hebben de christendemocraten de kleur zwart (en oranje), de liberalen geel (en blauw) en de groenen groen, dat zijn de kleuren van de vlag van Jamaica |
| K | |
| Kabinet | 1. Geheel van ministers 2. Groep van persoonlijke medewerkers en adviseurs van een minister |
| Kartel | Verbond van politieke partijen, ze staan samen op een lijst, maar blijven elk een onafhankelijke partij |
| Kernkabinet | Belangrijkste leden van de Belgische regering |
| Kieskring | De delen waarin een gebied is onderverdeeld om verkiezingen te organiseren (de kandidaatslijsten gelden enkel binnen dit gebied) |
| L | |
| Liberalisme | Weinig overheidsbemoeienis, het individu staat voorop en kan zijn eigen keuzes maken... |
| Lijstduwer | Iemand op de laatste plaats van een kandidatenlijst voor de verkiezingen |
| Lijsttrekker | Iemand op de eerste plaats van een kandidatenlijst voor de verkiezingen |
| M | |
| Minister van Staat | Is een eretitel die verleend wordt (door de Koning, de kandidatuur is voorgedragen door de premier) aan personen die zich in het openbaar leven bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt, meestal zijn dit politici die ook van enig staatsmanschap blijk hebben gegeven |
| Monarchie | Staatsvorm met een erfelijk vorst aan het hoofd |
| N | |
| O | |
| Olijfboomcoalitie | Een regering van socialisten, christendemocraten en groenen |
| Oppositie | Partijen die geen deel uitmaken van de meerderheid |
| P | |
| Parlement | Orgaan dat het volk vertegenwoordigd (van een staat) |
| Q | |
| R | |
| Referendum | Volksraadpleging; het volk kan een bepaalde wet goed- of afkeuren; Soms kan de politiek de uitslag van het referendum naast zich neerleggen (niet-bindend referendum) |
| Regering | Het staatshoofd (Koning) en de gezamenlijke ministers |
| Republiek | Staatsvorm waarbij het staatshoofd voor een aantal jaren gekozen of benoemd wordt (president...) |
| S | |
| Socialist | Meer overheidsbemoeienis, de zwakken beschermen, hoge lonen/winsten aan banden leggen... |
| Staatssecretaris | Een soort assistent-minister |
| T | |
| Tripartite | Regering van christendemocraten (CD&V - cdH), socialisten (Sp.a - PS) en liberalen (Open Vld - MR) |
| U | |
| Unitair | Een sterke centrale structuur |
| V | |
| W | |
| Wet | Bindende, dwingende regel |
| Wetsontwerp | Een wetsontwerp dat ingediend wordt door een lid van de regering |
| Wetsvoorstel | Een wetsvoorstel dat ingediend wordt door de Kamer of Senaat |
| Wisselmeerderheid | Een meerderheid die verschilt van de meerderheid die dan heerst; wordt gebruikt om een wet goed te keuren waar niet de hele meerderheid achter staat |
| X | |
| Y | |
| Z | |